Door het oog van de tijger

Mijn ouders heb ik amper gekend. Ik verloor ze op jonge leeftijd. Ik weet het nog goed…

Het is ‘s ochtends vroeg. De zonnestralen verlichten ons huis. Een schaduw valt over ons heen. Het is de schaduw van een man. Angst overvalt me. Ik ken hem niet. Wat doet hij hier? Ik schreeuw om mijn vader. “Pap, waar ben je? Help ons!” Ik voel me opgelucht wanneer pap in de opening verschijnt. Hij staat er krachtig: klaar om aan te vallen. Plots klinkt er een schot. Rode druppels sijpelen van mijn vaders nek naar beneden. Voor mijn ogen zakt hij in elkaar. Zijn lichaam kleurt rood. Ik voel dat dit niet goed is. Nooit zou hij een gevecht zo snel opgeven.
Mijn intuïtie zegt dat ik moet gaan. Deze vreemde man is gevaarlijk. Dan komt mijn moeder uit het niets aangerend. Ze rent naar mijn vader toe, maar ziet al snel dat het te laat is. Zoals elke moeder beschermt ze haar kinderen. Met een enorme klap haalt ze uit en raakt ze de man. Even valt hij neer, maar voordat ze ons in veiligheid kan brengen klinkt er opnieuw een schot. Ik hoor een klap. Mijn broertje schreeuwt. Dan worden we omringd door de ijselijke stilte. De man komt op ons af en sleept ons mee. In een flits zie ik mijn vader en moeder op de grond liggen. Ik huil. “Wat gebeurt er? Pap, mam! Horen jullie mij?” Niemand reageert. Het enige wat ik nog voel is een stekende pijn. Dan wordt alles zwart.

Vanaf het moment dat ik mijn ogen opende, heb ik mijn broertje nooit meer gezien. Op dit moment zit ik gevangen. Al een aantal jaar krijg ik klappen als ik niet doe wat de man zegt. Ondertussen weet ik wanneer ik moet oppassen. Zodra hij de zweep pakt, is het te laat. 

Bam! De zweepslag laat mijn lichaam trillen. De pijn trekt door mijn lichaam. Een brul ontsnapt uit mijn mond. Woedend kijk ik hem aan. Wat denkt hij wel niet? Dat ik altijd maar netjes doe wat hij wil? Het moet een keer afgelopen zijn! Langzaam loop ik richting de hoek, weg van de zweep. Tersluiks zie ik vanuit mijn ooghoek dat de man naar de enige in- en uitgang beweegt. Iemand anders haalt een hendel over en krakend gaat het hek omhoog.
Op dat moment zie ik mijn kans schoon. Ik maak een schijnbeweging en ren vol haat op de man af. Even zie ik paniek oplichten in zijn ogen. Op hetzelfde moment overweeg ik of de man het waard is om te laten leven. Hij heeft mijn familie verscheurd en mij jarenlang gemarteld. Onverwachts klap ik tegen de man aan. Door mijn overpeinzingen was ik er sneller dan verwacht. Hij verliest zijn evenwicht en valt neer. Ik bedenk me geen moment en ren door. De man die mijn leven verwoestte laat ik liggen.

Op mijn snelst ren ik door de donkere gang. Achter me hoor ik geschreeuw. “Ze ontsnapt, grijp haar!” Nadat ik de zoveelste hoek voorbij ren, schijnen felle zonnestralen me tegemoet. Glijdend kom ik tot stilstand en verschuil me in de schaduw.  Met dichtgeknepen ogen staar ik naar de zon. Die heb ik een lange tijd niet gezien.
Daarachter ligt wat bekends. Mijn intuïtie vertelt me dat het mijn weg naar huis is. Toch durf ik er niet op af te rennen. Schoorvoetend zet ik stappen naar achteren, tot de muur me stopt. Een diepe ademhaling vult mijn longen met zuurstof. Voorzichtig kijk ik nog eenmaal achterom. Niets en niemand te zien. Schijnveiligheid. De klappen van de zweep voel ik nog. De striemen tekenen mijn lichaam en ziel. Dan neem ik mijn besluit en ik ren voor mijn leven. Eindelijk de vrijheid tegemoet.

Hijgend komen de mannen bij de uitgang. Ze zijn te laat. Het laatste wat ze zien is een glimp van de tijger die verdwijnt in het oerwoud. 

Lach, deel en verwonder!

Reacties

avatar
  Blijf up-to-date  
Abonneren op